Archeologie in Berkel en Rodenrijs

door Ron Tousain

Na de ledenvergadering die gehouden is op 20 september 2012 hield archeoloog Petra Kloosterman een lezing over archeologie in Nederland en Lansingerland in het bijzonder. Petra is werkzaam bij Erfgoed Delft en wordt van daar uit voor een aantal uur per week gedetacheerd als gemeente-archeoloog van Lansingerland. Ze liet de aanwezigen zien wat archeologie inhoudt aan de hand van foto’s en legde daarbij uit hoe archeologie in zijn werk gaat. De geologie speelde een belangrijke rol in het verhaal. Immers, de bodemopbouw van zand en grind, veen, klei, veen en wederom klei en vervolgens weer veen, heeft grote invloed gehad op de geschiedenis en dus op de archeologische resten in de grond.
De geschiedenis van Nederland is te verdelen in Oude, Midden en Nieuwe Steentijd (tot 2100 v. Chr.), de Bronstijd (2100 – 700 v. Chr.) en de IJzertijd (700 – 0). Vervolgens stopt de prehistorie, want van de daaropvolgende perioden zijn geschreven bronnen bewaard gebleven: de Romeinse tijd (0 – 500 n. Chr), de vroege- en late Middeleeuwen (500 –1500 n. Chr.) en tenslotte de Nieuwe Tijd (1500 tot nu).

Na deze enorme hoeveelheid aan informatie legde Petra uit hoe archeologie tegenwoordig in het bouwproces is ingepast. Het daarvoor gesloten Verdrag van Valetta (Malta) heeft als belangrijkste speerpunten dat archeologie ten eerste moet worden opgenomen in de bouwvergunning en ten tweede dat de verstoorder het onderzoek betaalt. In overleg met onder andere de historische verenigingen is daarom een Archeologische Waardenkaart samengesteld waarop gebieden zijn aangegeven waar onderzoek verplicht is. In dat geval wordt er gekeken naar wat de archeologische verwachting is in het betreffende bouwplan. Van sommige gebieden is al bekend dat er niets aanwezig is en een onderzoek is dan ook niet nodig. Andere gebieden kunnen resten bevatten vanaf, of juist tot een bepaalde diepte. Per geval wordt dit door de archeoloog vooraf beoordeeld. Het uitgebreide verhaal liet geen tijd meer over om archeologische vondsten in Berkel en Rodenrijs te bespreken. Vandaar dat er in dit artikel speciaal aandacht op wordt gevestigd.


Prehistorie

Sinds de invoering van Malta hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden in Berkel en Rodenrijs. Meestal worden door middel van boringen met een grote guts de grotere bouwterreinen onderzocht. Zo’n guts is te vergelijken met een appelboor die een stuk uit de appel haalt waarin je de opbouw van de appel kunt zien. Zo kunnen archeologen de bodemopbouw bestuderen zonder te graven. In de verkregen boorstaat zijn laagjes te onderscheiden van klei en veen, maar ook van oud grasland, woonerven en brandplekken. Soms komen er zelfs scherfjes mee die helpen bij het bepalen van de ouderdom. Een van de grootste bouwplannen was de bouw van Westpolder-Bolwerk, die ook met boringen is onderzocht. Er bleek een aantal plaatsen aanwezig te zijn waar zich resten uit de steentijd bevonden. Deze plaatsen zijn niet opgegraven maar in situ, op hun oorspronkelijke plek, behouden. Ook in het Oudeland zijn boringen gezet voordat de bouwers er mochten beginnen. Hier zijn ondanks de resten van riviertjes uit de Brons- en IJzertijd geen bewoningsrestenaangetroffen en kon er gewoon worden gebouwd.

 

Echte vondsten uit de Prehistorie

Hoewel er geen opgravingen zijn geweest, zijn er toch enkele Prehistorische vondsten bekend uit het gebied waar nu 1Berkel en Rodenrijs ligt. Tijdens de sloop van een huis aan de Herenstraat in de jaren (19)60 zijn potscherven verzameld uit de Late Bronstijd of vroege IJzertijd. Dit bijna zwarte aardewerk is onregelmatig van vorm en is van grove klei met stukjes steen erin; het is met de hand gemaakt. In 1979 werd in een bouwput aan de Kerkstraat een bijl gevonden die gemaakt was uit een stuk elandgewei. Op het blad van de bijl zijn snijsporen waarneembaar afkomstig van bewerking met metalen gereedschap. Vergelijkbare bijlen dateren uit de Late Bronstijd, 750 jaar vóór Christus.


Een tekening van de prehistorische bijl.
(Tekening: H. de Kort)

 

 

Romeinse tijd en vroege Middeleeuwen

Op dit moment zijn er vergaande plannen om het gebied achter de Dorpskerk te herinrichten. Alle bebouwing, waaronder het voormalige gemeentehuis, zal daarvoor gesloopt worden. Boringen op deze plek hebben uitgewezen dat er mogelijk resten uit de Romeinse Tijd te vinden zijn. Hele kleine stukjes aardewerk uit die periode lijken dit te bevestigen. Vóór de bouw zal er op een paar plekken verder onderzoek gedaan worden. Het vermoeden bestaat dat er een hoge rivierduin (donk) onder de dorpskerk ligt die zich uitstrekt tot het centrum van Hillegersberg, ter plaatse van de Hillegondakerk. Op die plek is destijds Romeins materiaal gevonden.
Resten uit de Vroege Middeleeuwen zijn in Lansingerland nooit gevonden en de geologie leert ons dat een vondst uit die tijd ook niet waarschijnlijk is. Immers, dit gebied was toen een onbegaanbaar veenmoeras, dat pas rond het jaar 1000 werd ontgonnen.

 

Late Middeleeuwen

De drie dorpskernen van Lansingerland zijn pas in deze tijd ontstaan. Het gebied dat Rodenrise heette is als eerste ontgonnen en op een droge plek heeft daar de eerste bebouwing plaatsgevonden: het dorp Berkel.
2aDe oudst bewaarde geschriften spreken dan ook over “Berkel dat in Rodenrijs is gelegen”. Een eeuw later was ook het gebied rond Bleiswijk en Bergschenhoek bewoonbaar. In de boringen rond de Berkelse Dorpskerk zijn ook resten gevonden van aardewerk dat gangbaar was van de 9e tot in de 13de eeuw. In het oude koor van de Dorpskerk dat gebouwd was in 1266, zijn in 1948 opgravingen gedaan met als doel het lijk van Johan van Oldenbarnevelt te vinden.
Hem vonden ze niet, maar wel de restanten van een oudere voorganger van de kerk. Dit was blijkbaar een klein kerkje dat voor de eerste bewoners na de ontginning diende. Tijdens funderingsherstel van de kerktoren in 1971 kwam bouwmateriaal van de oude kerk tevoorschijn.

 


2

 

2 tekst

 

 

 

Het betreft bakstenen raamstijlen die men in de bouwkunde “menelen” noemt. Dit zijn de stenen stijlen die tussen de glas-en-loodvensters waren gemetseld en daarvoor in een bepaalde vorm zijn gezaagd. Nog meer bouwmateriaal van de middeleeuwse kerk kwam tevoorschijn tijdens het verbreden van de sloot tussen de landscheiding en flats bij Hergerborch. Grote bakstenen en natuurstenen elementen waren daar op verzoek van de korenmolenaar in 1732 gedumpt om zijn molenerf te vergroten tot tegen de landscheiding.
Het puin was vrijgekomen na de afbraak van de oude dorpskerk en vond zo een nieuwe bestemming. Tussen het aangetroffen puin zijn natuurstenen raamstijlen, gewelfribben en dekstenen voor de afwatering gevonden.
Bijzonder is èèn van vier blokken die ooit samen een steunpilaar vormden met een doorsnede van wel 95 cm.


In de directe omgeving van de dorpskerk zijn bij bouwwerkzaamheden 3drinkkannen gevonden uit de eerste helft van de veertiende eeuw. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, want het dorp Berkel moet gezien de grootte van de kerk al een behoorlijk dorp zijn geweest. In de Kerkstraat vond men drie nagenoeg gave kannetjes bij elkaar, alsof ze daar gevuld met bier in een sloot ter verkoeling waren gehangen. In een put van de oude Hervormde pastorie is ook zo’n kannetje gevonden dat er moet zijn verloren tijdens het ophalen van water.
Nog veel meer van dit aardewerk is gevonden tijdens het bouwrijp maken van de grond na de sloop van cafe ’t Raedthuijs aan de Herenstraat, nu de Passage. De vele scherven van drinkkannen en kookpotten uit de 15de eeuw die daar zijn aangetroffen doen vermoedendat dit het afval is van een oudere herberg.



Nieuwe Tijd

Het onderzoek aan de Herenstraat leverde nog veel meer informatie. Een restant van een fundering bestond uit grote bakstenen van 24 x 11,5 x 6 cm en dateerde uit het midden van de 14de eeuw. Met zulke bakstenen moet er wel een voornaam huis hebben gestaan. Op het achterterrein troffen de onderzoekers een houten bak aan met scherven van 17de- en 18de-eeuws huisraad. Even verderop lag een nog gave waterkelder, een waterdicht gemetselde ruimte die met een koepelgewelf was afgesloten. In deze ondergrondse ruimte werd vanaf het midden van de 17de eeuw schoon drinkwater bewaard. Op het perceel er naast lag een drie meter diepe waterput.
Tijdens de bouw van de Passage is ook een lang geleden verdwenen sloot gevonden. Deze was volgestort met zowel geglazuurde als ongeglazuurde scherven. Al snel werd duidelijk dat dit pottenbakkersafval uit Delft betrof. Scheepsladingen vol met oven-hulpstukjes, misbaksels en afgekeurde stukken van Delftsblauwbakkers zijn ooit verhandeld als ophogingsmateriaal en zo moet ook deze sloot zijn gedempt. Uit nader onderzoek van de pottenbakkersmerken die op sommge stukken te zien waren, bleek dat het afval rond het jaar 1700 in de Berkelse sloot moet zijn gestort.

Leden van de Archeologische vereniging De Wende op de plaats van het oude Raedthuijs in 1997. Vlnr: Ron Tousain, Annemarie Minetti, Antonio Minetti en bezoeker wethouder Busch.(foto: De Heraut)

wende

 

Zonder context
5In de afgelopen jaren is er in Berkel en Rodenrijs ook een aantal “losse vondsten” gedaan. Bij het uitbaggeren van een sloot of tijdens graafwerkzaamheden komen wel eens vondsten tevoorschijn waarvan niet bekend is in welke hoedanigheid ze zijn aangetroffen. Een archeoloog kan het verband zien tussen het voorwerp en de grond waarin het is gevonden. Dat is belangrijk want het voorwerp zegt dan iets over de geschiedenis van de plek, zoals het ontginnen van land, de bouw van een huis en de leefomstandigheden van de bewoner. Het voorwerp heeft dan een “context” en heeft daarmee wetenschappelijke waarde. Een vondst zonder context vertelt dus niets en heeft voor de archeoloog daarom geen waarde, al is het potje nog zo gaaf!
Voorbeelden van losse vondsten in Berkel zijn wandtegels, een kruikje en een bord uit de singel rondom de dorpskerk en natuurlijk de vele pijpekoppen die in de loop der jaren zijn gevonden. Een aardige vondst is een aardbeibakje; een kommetje dat bedoeld was om zacht fruit in te transporteren Het heeft een gaatje in de bodem om eventueel vocht af te voeren. Een stille getuigenis van vroegere fruithandel.

 



Andere opgravingen

Twee opgravingen in Berkel en Rodenrijs zijn meer bekend bij het publiek: de opgraving bij de Korenmolen van Buijs en de eerder genoemde opgraving in de Dorpskerk. Tijdens het onderzoek in de Dorpskerk naar Oldenbarnevelt, zijn de daar aanwezige graven en de grafkelder uit 1659 geruimd. In de graven die toen onderzocht zijn, werden enkele munten gevonden, zalfpotjes en textielresten uit de achttiende eeuw. Sommige lichamen waren nog gedeeltelijk gehuld in kleding, compleet met knopen en een sjerp. Veel meer dat dit en een stukje altaarfundering heeft het onderzoek helaas niet opgeleverd.
De opgraving achter de Algemene Begraafplaats waar de korenmolen van Buijs heeft gestaan leverde een grote hoeveelheid vondsten op uit de 17de en 18de eeuw. Het huisraad van de molenaarsgezinnen die er woonden, was als afval in de sloot naast het molenhuis terechtgekomen. Even verderop in die sloot bevond zich een wasplaatsje waar de molenaarsvrouw haar servies afwaste en soms iets in het water liet vallen. Van de vijf gezinnen die er achtereenvolgens van 1635 tot 1742 hebben gewoond, kon uit de vondsten een doorsnee van hun huisraad worden samengesteld. Niet alleen voorwerpen van aardewerk zijn gevonden, maar ook van hout, glas, ivoor en metalen als tin, lood en ijzer.
Uit de botten, zaden en schelpen kon worden afgelezen wat er zoal was gegeten in die tijd.

vondstoverzicht

Vondsten van de opgraving bij de korenmolen van Buijs (coll. R.Tousain)

 

Nieuwe opgravingen

Het doel van archeologie is het bestuderen van het leven van onze voorouders aan de hand van bodemvondsten. In oude archieven is veel te vinden over zaken die vroeger zijn geregeld, maar hoe dat in de praktijk gebeurde vind je er niet. Archieven vertellen bijvoorbeeld dat de Berkelse molenaar in een huis naast de molen woonde, maar hoe zijn huishouden eruit zag komen we daar uit niet te weten.

dorp1

 

 

 

Achter de dorpskerk, waar het gemeentehuis stond hadden archeologen de oudste vondsten van Berkel verwacht.

 

 

 

 

Dankzij de archeologie weten we ook dat er kort na de ontginning al een kerkje moet zijn geweest op de plaats van de huidige dorpskerk. Wanneer dat precies was moeten opgravingen uitwijzen. Achter de dorpskerk, op het terrein van het voormalige gemeentehuis, zijn in 2014 opgravingen gedaan. Tijdens het vooronderzoek zijn Romeinse en middeleeuwse scherfjes gevonden en archiefonderzoek wees uit dat er achter de middeleeuwse dorpskerk een stenen gebouwtje heeft gestaan. De hoop was dat we door de opgraving weer meer te weten over Berkels’ oudste geschiedenis. Helaas, de bodem is in het verleden verstoord en alle sporen bleken uitgewist..

Bronnen
- Deunhouwer, P. (mmv R. Tousain) Vier ontwikkellocaties te Berkel en
  Rodenrijs Centrum, Lansingerland. Amersfoort, 2012
- diverse auteurs: BOORrapporten nrs 52, 138, 140, 161, 167;
- archief Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek
- Sarfatij, H. Archeologische Kroniek van Zuid Holland over 1979
- Tousain, R. Een stortvondst in Berkel. Berkel en Rodenrijs, 1996
- Tousain, R. d’Oranjeboom of ‘t Raedthuijs. Berkel en Rodenrijs, 1997
- Tousain, R. Granen en Grutten. Berkel en Rodenrijs, 2008