Opgravingen Herenstraat Berkel

Opgraving Berkel Doeland (BDL)

Jaar:               1998

Lokatie:           Herenstraat 12-14, Berkel en Rodenrijs

Aanwezig:       Annemarie en Antonio Minetti, Ron Tousain

doos nr.            8,9 Provinciaal Bodem Depot

De sloop van twee panden aan de Herenstraat liep grote vertraging op waardoor de beschikbare tijd voor veldwerk werd verkort. De bovengrond was door de sloop ernstig verstoord, wat het graafwerk belemmerde.

De aannemer die ons op het terrein toeliet deed dit niet van harte vanwege het risico op ongevallen en het beroep dat daaruit zou volgen op zijn aansprakelijkheidsverzekering. Dit hield in dat we beschermende kleding en een helm moesten dragen en niet te dicht bij belendende percelen mochten komen. Dat was geen probleem, het vervelende was dat we alleen toegang kregen wanneer zijn medewerkers aanwezig waren en aan de zijlijn moesten blijven zodra de graafmachine zijn werk deed. Er zijn enkele gaten gegraven om de bodemopbouw te bestuderen. Dit was tevergeefs: teveel puin en onwil was een te grote belemmering.

Er zijn alleen losse vondsten gedaan, bestaande uit ceramiekfragmenten daterend uit XIV - XVe eeuw. Aardig is de vondst van een grijsbakkend spinsteentje.

 

Opgraving Herenstraat Berkel (HB)  

bovenste

kaart

De locatie is aangegeven op de kaart van het Hoogreemschap van Delfland (1712) binnen de rode cirkel. (coll.R. Tousain)

Jaar:               1997

Lokatie:           Herenstraat 16 en 18, Berkel en Rodenrijs

Aanwezig:       Annemarie en Antonio Minetti, Ron Tousain

Doos nrs         9 t/m 17 en 22 t/m 28 Provinciaal Bodem Depot

De vondstnummers in de tekst verwijzen naar de tekeningen.

HB-1                   onder woonhuis Herenstraat 16

HB-2                   turven fundering

HB-3                   onder Het Raedthuijs Herenstraat 18

HB-4                   afvallaag ten westen van turven fundering

HB-5                   houten bak binnen turvenfundering

HB-6                   waterkelder (geen vondsten)

 

Inleiding

In 1995 kreeg het plan om een nieuw winkelcentrum te bouwen meer gestalte. De plaats van dit winkelcentrum werd bepaald op het terrein achter de dorpskern maar moest wel in verbinding staan met het bestaande winkelcentrum. Hiervoor moesten twee panden wijken waardoor een doorgang zou ontstaan van het bestaande naar het nieuwe winkelcentrum.

Van de percelen is bekend dat er de herberg ‘’d’Oranjenboom’’ heeft gestaan. Volgens de archieven is deze in 1714 verbouwd zodat de schout en schepenen er hun vergaderingen konden beleggen.

In Berkel zijn nagenoeg alle oude panden al verdwenen inclusief de archeologische gegevens. De Archeologische vereniging ‘’De Wende’’ besloot daarom op de plaats van de te maken doorgang een archeologisch onderzoek in te stellen. Mogelijk zouden hierdoor meer gegevens omtrent de herberg en zijn bijbehorende voorwerpen verkregen worden.

De Herenstraat in 1951 met uiterst links met de luiken het café of Uitspanninh Het Raedhuijs.
(coll. R. Tousain)

 Raedhuijs

Het onderzoek voor de sloop

In de weken voor de sloop van de panden van Schuring (Cafe 't Raedthuijs) en Bommel (fietsenmaker) aan de Herenstraat 18 en 16 in Berkel en Rodenrijs heeft steekproefgewijs een oudheidkundig bodemonderzoek plaatsgevonden.

In de tuinen bleek de bodem dusdanig te zijn verstoord dat er in de eerste anderhalve meter geen sporen meer te bekennen waren. Bovendien zorgde veel modern puin en de hoge grondwa­terstand voor belemmeringen. Geconcludeerd kon worden dat er in het onbebouwde deel van het terrein geen bebouwing is geweest voor 1800. De enige aangetroffen fundering was die van de 20ste eeuwse varkensschuur op het perceel van ‘t Raedthuijs.

In de genoemde panden waren geen noemenswaardige historische resten meer aanwezig zodat fotografie van de kaalgesloopte panden geen zin had.

Inmiddels werd het pand van Van Bommel leeg opgeleverd en mochten we een zaterdag graven. Slechts een deel van het pand had nog een houten vloer: vanuit het midden tot aan de oor­spronkelijke achtergevel. Onder de vloer lagen nog de oude rode plavuizen los op het zand. Hieronder lag nog een zelfde kapot­geslagen vloer. Hierna volgde een meter zand met puin. In dit puin vonden we sporadisch stukken polychrome bloempottegel uit het eerste kwart van de 17e eeuw. Daarna stuitten we op een harde zwarte laag aarde die veel scherfmateriaal bleek te bevatten uit de 15e eeuw. De roodbakkende- en steen­goedscherven waren  op enkele uitzonderingen na vrij klein. De scherven zijn afkomstig van eenvoudig keukengerei zoals waterkannen, grapen, koekepannen, schalen, steengoedkannen en een drinkschaaltje. Het vondstnummer HB-1 werd hieraan toegeschreven.

Enkele grote bakstenen, de zogenaamde kloostermoppen, afm. 24 x 11,5 x 6,2 kwamen uit deze laag tevoorschijn.

De percelen van Herenstraat 16 en 18 zijn gesloopt en de bouw van het Westenwater gaat voort. 

Herenstraat16 18

 

Het onderzoek na de sloop

Eind december startte de sloop van de panden wat tot eind januari duurde. Hierbij werden meteen alle zichtbare funderin­gen verwijderd voordat ze opgemeten konden worden. De funde­ring van 't Raedhuijs was gebouwd van ijsselstenen van 15,5 x 8,0 x 3,5. De bouwdatum hiervan was al uit de archieven bekend: 1714.

Tussen de funderingsresten werden de onderste helften van polychrome ovaaltegels, kwadraattegels en vogeltegels, aangetroffen. Deze tegels dateren uit de eerste helft van de 17e eeuw. De tegels waren rondom besmeurd met specie en zijn dus secundair gebruikt als vulmateriaal. Een enkele tegel kon van een muurrest verwijdert worden. Het betrof een zg. marmertegel, uitgevoerd in blauw/wit en dateerbaar rond 1714. Deze tegel was met vele anderen gebruikt als plint.

Van het hele terrein werd een laag van een meter weggehaald. Voor ons was dat gunstig omdat een groot deel van deze laag verstoord was en louter puin bevatte. Bovendien kwam hierdoor de laag zwarte aarde bloot te liggen.

Het perceel van Van Bommel kwam het eerst be­schikbaar. Vanuit de hoek tegen de gevel van de modezaak (nr.14) werd gegraven naar 't Raedthuijs toe. De dikte van de laag aarde bleek te varieren tussen 30 en 50 cm. Ook de concentratie scher­ven was wisselend van niets tot veel; er kon geen patroon in herkend worden.

tegels

 

Het totale vondstpakket leverde het volgende op:

15 steengoedkannen
1 steengoed drinkschaaltje
2 olielampjes
1 oorkom met slib op de spiegel
4 voorraadkannen
8 waterkannen
15 deksels
13 schalen
16 bakpannen
7 spitschotels
75 grapen
1 benen mesheft?
1 houten duig van een emmer
1 glazen drinkbeker (maigelein)

Het materiaal is te dateren in de eerste helft van de 15e eeuw.

HB 1

HB 2

2

HB 3 1 zie tekening

HB 3 

 

De waterput

Onder de zwarte laag aarde lag een ongeroerd veenpakket dat enkele meters dik bleek. Ongeveer 11 meter uit de gevellijn troffen we een uit wigvormige ijsselsteentjes (17,5 x  8,0 x  4,5) opgebouwde cirkel­vormige waterput, te dateren in de 18e  eeuw. De put met een binnendiameter van 85 cm werd tot een diepte van meer dan 2  meter met de hand leeggeschept. Hoewel dit zwaar werk was doordat hij gevuld was met modern puin en beton ging het toch vrij makkelijk omdat de put niet vol liep met water. In tegendeel: het water dat we er uit schepten werd niet aangevuld; de put was dus waterdicht. Toen de diepte te groot werd staakten we de actie. De graafmachine heeft daarna de put gecoupeerd tot op de bodem. Deze lag op een diepte van drie meter en bestond uit een laag planken op de natuurlijke laag blauw-grijze zeeklei, wat op de foto goed te zien is. Vervolgens was op de houten bodem de put gestapeld zonder specie. Om de put heen was de kuil aangevuld met de zeeklei waardoor de put tot op heden waterdicht was gebleven. In de put werd geen enkele vondst gedaan.

In het midden van het terrein werd ten behoeve van de nieuwbouw een rioleringssleuf gegraven. Op een halve meter diepte lag een concentratie laat 17e eeuws aardewerk dat echter nauwelijks aan elkaar paste. Misschien komt dit doordat een deel door de graafmachine was meegegaan. Het aardewerk bevond zich in een kuil van 0,5 x 1,0 m. 

HB 5

Terug naar de voorkant van het terrein vonden we op de per­ceelscheiding tussen 't Raedthuijs en Van Bommel een stuk fundering gemaakt van grote bakstenen (24 x 11,5 x 6,2 cm). Deze stenen waren al eerder gevonden tijdens het graven in het nog bestaande pand van Van Bommel (HB-1) Het formaat van deze ‘kloostermoppen’ verwijst naar een datering rond 1400. De fundering was 31 cm breed en volgens het ‘Rotterdamse’ type gebouwd d.w.z. een paal onder de vloerplaat. De fundering ging over in een van ijsselstenen fundering.

HB put e

 

 

 

 

 

 

 

 

De waterpunt was gefundeerd op een houten vloer en rondom van een kleilaag voorzien zodat er geen grondwater in kon komen.

  HB put a

 


Onder de houten vloer­plaat van de fundering kwam een groot stuk Siegburgkan tevoorschijn. De hals en het oor ontbraken, in de kan (HB1-3) waren scherven gestopt die er helaas niet bij hoorden. Uit het feit dat de kloostermoppen rondom specieresten vertoonden en er aardewerk van latere datum onder werd aangetroffen blijkt dat de stenen zijn hergebruikt voor deze muur.
Al een meter verderop bleek de rest van de fundering te zijn wegge­sloopt.

 7

Een impressie van de waterkelder

8a

8b

8c

 

De waterkelder

Van de heer J. Schuring van 't Raedthuijs was al bekend dat er een waterput moest liggen onder zijn voormalige woning. Dit was het terrein direct achter de oude bebouwing van het in 1714 ge­bouwde regthuijs. De plaats was direct na de sloop al te herkennen als een drassige plek waar de plas water steeds groter werd. Allereerst is naast de inmiddels ontstane poel een gat gegraven waar het water in kon stromen. Nu werd de put die een waterkelder bleek te zijn zichtbaar.

waterkelder HB 6

HB 6

De steens gemetselde waterkelder had nog een deel van zijn gewelfde overkluizing. Voorzichtig werd eerst het recente puin verwijderd en vervolgens de sliblaag. Wederom is hier geen enkele vondst gedaan. De waterkelder heeft een afmeting van 3,0 x 2,4 x 2,5m (lxbxh). Het tapgedeelte mat 0,65 x 0,65m en was gesitueerd in de hoek. In het midden van de kelder was een trekstang ingemetseld, de massieve bodem was afgedekt met ongeglazuurde rode plavuizen.

 

De turven fundering

Halverwege het terrein aan de kant van Van Bommel kwam een fundering van turf tevoorschijn. Na veel zoeken, want de blokken waren in de zwarte aarde moeilijk te onderscheiden, kon de fundering worden opgemeten. De uitwendige maten waren 11,9 x 7,7 meter. Een klein deel van HB 13de fundering was vervangen door ijsselstenen. De dikte van de muren bedroeg 92 cm en was opgebouwd uit turfblokken met de afmetingen 17 x 8 x 4 cm. Rondom de fundering lagen plankjes tegen elkaar aan van 16 x 19 cm. Onder de turfblokken was niets aangebracht; de fundering stondop het natuurlijke veen. Binnen en om de fundering werden enkele stukjes laat 17e eeuwse scherven gevonden. De kop van de fundering het dichtst naar de gevel­lijn toe lag gebed in de met 15e eeuws materiaal gevulde aarde.

Binnen de muren van het op turf gefundeerde gebouw lag deze houten bak, vol met puin en scherven

HB 12

 

 

 

 

 

 

 

 

 De zorgvuldig gelegde turfblokken vormen de fundering van een stenengebouw

 

Binnen de funderingen vonden we een houten bak (vondstnr. HB-5) met een afmeting van 1.88 x 1.8 meter en 38 cm diep. Zowel de zijkanten als de bodem waren opgebouwd uit 3,7 cm dikke planken. Een deel van de bak was gevuld met scherfmateriaal uit de tweede helft van de 17e eeuw, het overige deel bestond uit puin. Gezien de ligging ten opzichte van de turven fundering hoorde de bak bij het gebouw.

10b

11a

11b

 

Onder het Regthuijs

Als laatste werd gegraven op de plaats waar vanaf 1714 het regthuijs annex herberg heeft gestaan. Tijdens het graven werd al snel duidelijk dat de herberg ‘’d‘Oranjenboom’’ het eerste pand was dat op het perceel heeft gestaan. Direct onder de fundering, voor zover nog niet weggesloopt, lag de bekende zwarte aarde met enkele 15e eeuwse scherven. De bovenste helft van een roodbakkende waterkan werd hier zo snel mogelijk tussen het graven door uit de grond gehaald net als een groot fragment van een Siegburg drinkbeker. De kan lag op de scheiding  van grond en veen in het veen gedrukt.

HB 3 1 zie tekening

HB 3 1b

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2  4 6

3

 

Verderop haaks op de gevel werden twee muren aangetroffen waarvan een uit kloostermoppen opgetrokken. Deze kloostermoppen met de zelfde afmeting als van de eerder aangetroffen fundering, lagen gemetseld aan elkaar en behoorden bij het eerste bakstenen gebouw op die plek uit omstreeks 1400. Evenwijdig daaraan lag  4m. verderop een gemetselde goot(?) waarin grijze klei lag. Deze goot was weer van ijsselsteentjes gemaakt wat een datering van in of na de 17e eeuw met zich meebrengt.

Oude Berkelnaren weten nog dat naast de herberg een paardenstal is geweest waarin men de koets stalde tijdens de kerkdienst. De goot kan hier gefungeerd hebben als mest afvoer, maar dit lijkt niet drinkbeker aannemelijk omdat er op het hele terrein geen mestpakket is aangetroffen.

Helaas was door aannemer vanwege de tijdsdruk beslo­ten met twee kranen te graven zodat verdere waarnemingen nauwelijks mogelijk waren. De muren en de goot konden hierdoor helaas niet nader worden onderzocht. De meest belangrijke gegevens gingen hiermee waarschijnlijk verloren.

De goot van de paardenstal waar het vuile water kon wegstromen

HB 7

 

Conclusie

Rond 1400 is op het perceel Herenstraat 18 het eerste stenen huis gebouwd. Het ontbreken van funderingen vóór 1400 en de aanwezigheid van de ijsselstenen fundering wijzen er op dat het Regthuijs dat in 1714 werd gebouwd het tweede gebouw is geweest op dit deel van het perceel.

Dat het 15e eeuwse gebouw ook herberg is geweest valt te lezen in de oude archieven.

De schout en schepenen kwamen namelijk op 11december 1713 met Andries Dros, kastelein in ‘’d’Oranjenboom’’ overeen:

“..dat hij een bekwaam regthuys zou bouwen met daarin een regtkamer.”

Hij verbouwde zijn herberg voor fl.1500,-- en op 10 februari kon alles worden overgebracht van de woning van de schout naar het nieuwe regthuijs.

In welk jaar dat was wordt in de stukken niet vermeld maar 1715 lijkt aannemelijk omdat de verbouwing zeer aangrijpend is geweest. Zelfs de fundering van de uit ca. 1400 daterende herberg werd hierbij grondig gewijzigd.

Het belendende perceel Herenstraat 16 (fietsenhandel Van Bommel) lag ten tijde van d’Oranjenboom braak en fungeerde als doorgang naar de daarachter gelegen Kerckheul waar een enorme boomgaard was. Deze situatie bleef tot in de 18e eeuw.

Het aangetroffen aardewerk van het perceel is mogelijk afkomstig van d’Oranjenboom. Het eenvoudige aardewerk duidt niet op een luxe levensstandaard maar bevat louter alledaagse gebruiksvoorwerpen waaronder voornamelijk keukengerei.

Helaas is van de herberg geen afvalput gevonden. Vermoedelijk heeft men al het afval in de reeds aangelegde ringvaart gedeponeerd. Door regelmatig baggeren is daar nu niets meer van terug te vinden.

Ron Tousain ’97

 

Geraadpleegde literatuur:

- Middeleeuwse ceramiek. - J.G.N. Renaud
- IHE Delft bloeit op een beerput. - E.J. Bult
- Vondsten in Veere. - E. Vreenegoor / J. Kuipers
- Bergen op Zooms Aardewerk. - Gerrit Groenewegen
- Pottersvuren langs de Vecht. Rotterdam Papers III - A. Bruijn
- Herwonnen land. 1e jaargang 1963 no.5 blz.4
- Tegels. - Dingeman korf
 
veldtek klein HB
veldwerkoverzicht