Opgraving Molen van Buijs (MvB)

Jaar:               1983 – 1987, 1997   Molen van Buijs

Lokatie:           Ter plaatse van Raadhuishof, Berkel en Rodenrijs

Aanwezig:       Ron Tousain

doos nrs          29 t/m 51 Provinciaal Bodem Depot

Voorwoord

Op zoek naar pijpenkoppen struinde Ron Tousain bouwterreinen, akkers en moestuinen af en zo kwam hij terecht op het terrein achter het (voormalige) gemeentehuis van Berkel en Rodenrijs, waar tot 1980 de “Molen van Buijs”, ook wel bekend als de “Molen van De Groot” stond. Naast de vele rookpijpjes vond hij er ook scherven waarvan sommige aan elkaar bleken te passen. Toen het eerste bordje compleet was toog hij naar de burgemeester om trots zijn vondst te melden, want dat hoorde zo volgens de Monumentenwet. De gemeente had toen echter geen interesse voor dergelijke zaken. Sterker nog: er volgde een aanmoediging om verder te gaan met deze “onschuldige” hobby.

Zonder enige kennis van opgraaftechniek zijn kilo’s scherven in tasjes aan de fiets naar huis gebracht en daar gewassen, gesorteerd en gelijmd. Het besef dat onderscheid moest worden gemaakt in vondstlagen en vondstlocaties kwam pas later en dit is met terugwerkende kracht genoteerd. Na enkele graafcampagnes (lees: schoolvakanties) moest er worden geruimd. Een aantal scherven dat niet meer “bruikbaar” was moest worden weggegooid en daarmee is helaas ook informatie verloren gegaan.

 

  Over deze opgraving is via de redactie een publicatie verkrijgbaar: 
  Granen en Grutten
  Korenmolenaars en Grutters in Berkel en Rodenrijs

 

 

 

 

De situatie van het terrein

Na de afbraak van de molenstomp van De Groot en de bijgebouwen is het terrein braak komen te liggen. De lokale jeugd heeft het terrein vervolgens gebruikt om er met brommers te crossen en onderaardse hutten te bouwen. Later is het vergraven terrein mechanisch geëgaliseerd, waardoor alle eventueel aanwezige sporen van funderingen zijn verdwenen. De andere helft van het terrein was lang daarvoor door de familie De Groot, verkocht aan de gemeente die het vervolgens heeft aangewezen als moestuinencomplex.

Deze moestuinen zijn jarenlang intensief bebouwd met groenten en fruit. Er waren twee schuurtjes om gereedschap in op te bergen en konijnen te houden. Even verderop stond een druivenkas. Aan de noordzijde werd het terrein begrensd door een singel en de Algemene Begraafplaats, ten oosten ligt de landscheiding en ten zuiden de met bomen begroeide berm waar vroeger het riviertje de Wildert liep. Daar achter en ten westen van het terrein was ooit de boomkwekerij van Van Aalst, nu staat er het gemeentehuis van Lansingerland. Het terrein kan worden aangegeven op de topografische kaart 37F (Bleiswijk), met coördinaten 92.720, 445.200

In 1983 werd het plan opgevat om de moestuinen gezamenlijk machinaal te laten frezen. Door de intensieve grondbewerking was de bodem al dusdanig verstoord dat massa’s scherven aan de oppervlakte waren gekomen. De auteur was toen een jongen van dertien die met zijn belangstelling voor oudheden alle pijpenkoppen en scherven opraapte. Beseffend dat alle eventueel aanwezige scherven verloren zouden gaan, meldde hij zijn eerste vondst, een bordje van aardewerk, aan de burgemeester. De vondsten werd echter niet erkend als van archeologisch belang en hij werd veel succes gewenst met het vinden van nog meer potjes en scherven. Met een schop en een handschepje werd het terrein stukje voor stukje onderzocht. Dit moest gefaseerd gebeuren omdat het tuinieren gewoon door ging. Wanneer de radijsjes rijp waren kon er worden gegraven tot aan de andijvie want die moest nog een paar weken groeien, voorts tot de bloemkool en de prei. Zo kwam het dat de uiteindelijke opgraving is uitgesmeerd over de schoolvakanties binnen een periode van 4 jaar! Door het enthousiasme van de graver en de vele vondsten werd het mechanisch frezen door de tuinders uitgesteld en pas uitgevoerd na het opgraven van de scherven.

Vondstenoverzicht Molen van Buijs

De winter- en zomervakantie, 1983 - 1984

Het graven begon in de kerstvakantie van 1983 aan de zuidzijde van het terrein, op het kaartje  is dit aangegeven als vindplaats 1. De zanderige vondstlaag kwam al na 40 cm tevoorschijn en bereikte een dikte van zo’n 60 centimeter. Het vondstmateriaal was dateerbaar in de eerste helft van de achttiende eeuw en bevatte een enorme hoeveelheid rookpijpen. Tussen het aanwezige bouwpuin bevonden zich tegelresten uit de zeventiende en achttiende eeuw. Opvallend was de toenemende hoeveelheid afbraakpuin dat bestond uit bakstenen en plavuizen. De concentratie werd zelfs zo hoog dat er met de hand geen doorkomen meer aan was, de actie werd dan ook gestaakt.

opgravingsterrein

In de zomer van 1984 zou het voormalige crossterrein geëgaliseerd worden. Proefgaten maakten duidelijk dat de grond al zodanig was geroerd dat opgraven geen enkele zin meer had. Maar op de scheiding tussen het crossterrein en de moestuinen tierden de bramen, brandnetels en ander onkruid welig. Aangezien de moestuinen beplant waren en het zomervakantie was, werd besloten om dit stukje eens nader te onderzoeken (vindplaats 2). Het heeft dagen geduurd voordat alle verwilderde begroeiing was verwijderd. De toplaag zat vol met wortels maar ook met recent puin. Hieronder lagen in de steeds zanderiger wordende aarde opvallend veel stukken van rode ongeglazuurde plavuizen en wat bakstenen. Vervolgens lag hieronder de 50cm dikke vondstlaag van zanderige aarde. Hier bevatte de laag veel kleine glasfragmenten waaruit enkele fraaie glazen gereconstrueerd konden worden. In het najaar kwam de tuin in het verlengde van de zomerput vrij. De vondstlaag leek hier wel uit een 20cm dikke laag puur zand te bestaan. Daar onder lag een venige kleilaag die geïnterpreteerd kan worden als bodem van het riviertje de Wildert, uit de tijd voor dat de molen was gebouwd. Scherven van ouder steengoed en aardewerk bevestigen dit.

De zandlaag bevatte zowel zeventiende- als achttiende-eeuwse vondsten van aardewerk, steengoed, glas, been, tin en leer. Op deze locatie zijn de enige zeventiende-eeuwse tabakspijpen gevonden. Ook werd duidelijk dat hoe verder de werkput richting het noorden werd uitgegraven en dus verder van de molen af, hoe jonger het materiaal werd.

Zomer 1985

Precies tussen de winter- en zomerput stond een schuurtje dat gebouwd was op de vloer en de fundamenten van de voormalige varkens- en kippenschuur van de familie De Groot (vindplaats 3). De betonnen vloer was in de loop der tijd gaan scheuren en verzakken. Op enkele plaatsen zijn wat stukken gelicht om te kijken of daar scherven in de bodem aanwezig waren. Vlak langs het schuurtje lag onder een 50cm dikke laag kolenas een enkele centimeters dikke kleilaag. Onder het kleilaagje lag wederom de vondstlaag die zowel naar het westen als naar het zuiden doorliep. Helaas verhinderde de aanwezigheid van de schuur de mogelijkheid tot verdere verkenning.

Voorjaar 1986

Langs de zomer/herfstput ’84 lag een berm waar het tuinafval van de moestuinen werd gedumpt. Hieronder zou logischerwijze het vervolg van voornoemde put moeten liggen. Langs de berm stonden nog de bomen die eertijds de waterkant van de Wildert begrensden. Uiteindelijk mocht ook in dit stuk de schop worden gezet. Na het afval en het ophogingspuin te hebben verwijderd kwam de inmiddels bekende zanderige laag tevoorschijn. Behalve veel fragmenten van flessen is hier veel slachtafval aangetroffen, met name botten en schedels van runderen, varkens en kippen.

Herfst 1987

Bijna alle grond langs de voormalige Wildert was nu onderzocht en toen de laatste andijvie geoogst was, mocht ook daar gegraven worden (vindplaats 4). De 40 cm dikke laag geroerde grond werd weggegraven en na nog ongeveer 15 cm werd de aarde weer zanderig en bevatte weer scherven. Puur zand werd hier niet meer aangetroffen en naarmate het percentage zand af nam verminderde ook de hoeveelheid afval. Ook verderop in het verlengde van de strook waar ooit de Wilder had gelegen, is geen zand meer aangetroffen en dus ook geen vondstmateriaal.

 Het materiaal van deze locatie bevatte uitsluitend vondsten uit de eerste helft van de achttiende eeuw zoals kelkglazen, wijnflessen, nederrijns slibaardewerk en een bijna complete spreeuwenpot. Opvallend was de grote hoeveelheid rookpijpen. Concentraties van honderden koppen en stelen uit de achttiende-eeuw zijn hier geborgen.

Nieuwbouw 1994

In de zomer van 1994 werd bekend dat er op het voormalig molenterrein gebouwd zou gaan worden. Op dat moment werd besloten nog eenmaal een kijkje te nemen. Het hele terrein was inmiddels begroeid met metershoog onkruid. De schuurtjes waren verdwenen, net als de paden en de hekjes, dus de oriëntatie viel niet mee. Het werd een kwestie van zoeken naar de plaats waar het schuurtje had gestaan. Eenmaal gevonden bleek dat iemand al was voor geweest met het uitgraven van scherven. De enige plaats waar nog niet was gekeken, was de berm langs de herfstput ’87. Deze berm was echter met bomen en al verdwenen en ook daar had iemand met belangstelling scherven geraapt. Alle gevonden scherven waren door de vinder mee naar huis genomen en gewassen. Gelukkig waren de verzamelaars bereidwillig en kon het materiaal gepast, vergeleken en beschreven worden.157 

Tijdens het graven van een singel dwars door het terrein werd nog een bijzondere ontdekking gedaan. In de slootkant van de tocht langs de landscheiding kwam veel puin tevoorschijn dat zeer waarschijnlijk afkomstig is van de in 1732 gesloopte middeleeuwse dorpskerk.

Bouwelementen van zandsteen waaronder enkele herkenbare stukken als gewelfribben en een deel van een pilaar lagen tussen het puin. De oude dorpskerk die gebouwd was in 1266, was in 1732 zo bouwvallig geworden dat hij werd afgebroken. Het hout en andere bruikbare bouwmaterialen zijn verkocht en waarschijnlijk heeft Cornelis Cornelisz Boer een deel van het puin in de sloot tussen het molenerf en de landscheiding laten storten om deze te dempen. Het aantreffen van enkele grafzerkfragmenten in de winterput ’83 kan hierdoor ook worden verklaard.

Conclusie

Uit schriftelijke bronnen is bekend dat na de bouw van de korenmolen molen plg1635in 1634 en het molenhuis in 1635 de molenwerf bewoond is geweest door vijf generaties molenaars en hun gezinnen. Vanaf  dat jaar woonden er Joost Jacobsz van Nierop tot 1666, vervolgens Huijch Jansz. van Harmelen tot 1669, Huijbrecht Adriaensz de Leede tot 1692, Cornelis Huijbertsz. Boer en later diens zoon Cornelis. Na 1731 woonde er een arme oude man genaamd Arie Starreveld. Slechts enkele stukken zoals majolica schotels en een steengoedkan resteren uit de eerste decennia van het bestaan van de molen. Het aangetroffen materiaal dateert voornamelijk uit het midden van de zeventiende eeuw tot en met het derde kwart van de achttiende eeuw. Mogelijk is veel van het oudere materiaal  weggebaggerd uit de Wildert, die als vaarroute naar de molen en de windas dienst deed.

De vondstconcentraties bevonden zich ter plaatse van de waterkant van de Wildert. Wanneer we de betreffende locaties op een historische kaart projecteren dan blijkt de gevonden beschoeiing zich ten zuiden van het molenhuis te bevinden. Hier werd de waterkant gebruikt door de molenaarsvrouw om er de was en de vaat te doen. Dergelijke wasplaatsjes waren tot in de twintigste eeuw bij elk huis aanwezig, toen het nog heel gewoon was om hiervoor slootwater te gebruiken. De bodem van dergelijke wasplaatsjes werd vaak met een laag zand bedekt om opdwarrelend slib tegen te gaan. In de loop van tijd heeft het zand zich enigszins verspreid, maar de aangetroffen concentraties van zand met vondsten verraden de oorspronkelijke plekken waar de wasplaatsjes moeten zijn geweest. Daarnaast bood een sloot natuurlijk een ideale plek om afval in te laten verdwijnen. De grote hoeveelheid scherven toont ook het gebruik van de Wildert aan als afvalstortplaats van de molenaar. De werkputten met scherfmateriaal bevonden zich op een plek ten westen van het woonerf waar het water zich verbreedde. Hier zou het scheepvaartverkeer geen hinder ondervinden van het afgedankte huisraad. Na de sloop van het molenaarshuis in 1773 en de aanleg van de ringdijk in 1774 ten behoeve van de droogmaking, is het water hier gedempt en dit laatste vormt een sluitdatum voor het gevonden materiaal.

Objectenlijst: zie bijlage vondstenlijst met 321 objecten, deze bevinden zich bij Ron Tousain