Opgravingen in Bergschenhoek en Bleiswijk

Opgraving:    wijkje (NGA)

Jaar:               1995 (?)

Lokatie:           Hoefweg 214, Bleiswijk

Aanwezig:       Annemarie Minetti, Antonio Minetti, Ron Tousain

Doos nrs         13, 18 t/m 21 Provinciaal Bodemdepot

Na een tip van de bewoner op het perceel Hoefweg 214, die meldde dat er NGA locatiekopieveel scherven tevoorschijn kwamen bij het graven in zijn kas, zijn we ter plaatse gaan kijken. De kas staat bovenaan op het talud van de dijk van de Hoefweg, ten zuiden van het woonhuis. De eigenaar had twee spades diep de teelaarde verwijderd en daaronder kwam de laag met scherven tevoorschijn. Deze scherven lagen in een baan van zanderige grond van ongeveer twee meter in het vierkant en zijn geborgen onder vondstnr NGA-1. Het betrof voornamelijk scherven van roodbakkend materiaal maar ook faience en majolica uit de periode 17d – 18A. Er kon geen samenhang of context worden geconstateerd met de omgevende bodemlagen.

Nadien vertelde hij dat in de moestuin aan de noordzijde van het huis ook wel scherven naar boven gespit waren en hij er een gave kruik had gevonden (zie tekening, nog in zijn bezit). Uit zijn beschrijving konden we opmaken dat het een baardmankruik betrof. De eigenaar spoorde ons steeds aan om te gaan graven want, zoals hij herhaaldelijk bleef zeggen: “Niet Geschoten is Altijd mis!” (NGA)

Ook hier mocht dus alles worden omgespit, zodat we de week er na zijn gestart.

Ook hier moest een laag teelaarde worden weggeschept. Opvallend was dat de dikte van de laag teelaarde toenam naarmate we verder richting de top van de dijk kwamen. Zonder waterpasinstrument konden we inschatten dat de zanderige laag (NGA-2) ongeveer waterpas lag ten opzichte van het dijktalud. De laag was ca 0,5m dik en bevatte scherven van roodbakkend, witbakkend, steengoed, faience en majolica. Daarnaast zijn er zes (?) tinnen lepels gevonden. Er stonden enkele paaltjes in het opgravingsvlak, variërend van zes tot twaalf cm doorsnede. Aanvankelijk dachten we dat dit het restanten van een steigertje in het water moet zijn geweest, maar daarvoor is er te weinig samenhang in te zien. Het opgravingsvlak, dat we beperkten tot de grenzen van de zanderige laag waar ook de scherven lagen, bevond zich op een afstand van een paar meter van de top van de dijk en was ongeveer 2,6m breed.

Conclusie

In beide locaties betrof het scherven van eenvoudig gebruiksaardewerk uit de periode 17d – 18A. De zanderige laag in een baan van ongeveer 2,6m breed ligt haaks op het talud van de Hoefweg-dijk. Dit is kenmerkend voor wasplaatsjes en “wijkjes” die in vroeger eeuwen in de vaarten waren aangelegd. Het zand diende om opdwarrelend slib van de bodem tegen te gaan.

NGA 2 1 1NGA 2 2

Aangenomen wordt dat de vaart vóór de droogmaking iets breder was, of dat er inhammen van de vaart waren waar men de was deed of een scheepje aanmeerde (wijkje). Na de sloop van een woning zijn het bijbehorende wijkje of wasplaatsjes gedempt met grond om de dijk aan te helen. Tijdens de droogmaking is grond ter plaatse van de gedempte wasplaatsjes weer ontgraven zodat het talud is ontstaan.

Beide vondstconcentraties zijn waarschijnlijk de restanten van zo’n wasplaatsje in de vaart van de Hoefweg.

 

Vondsten:

6 tinnen lepels met een ronde bak en roosmerk of wapen van Rotterdam (bij RT en AM)

3 baardmankruiken (1x bij de eigenaar, 1x RT 1x AM)

1 oorkom (bij RT)

6 vondstdozen roodbakkend, witbakkend, glas, steengoed, majolica en faience huisraad.

Doosnr. 13, 17 t/m 21 Provinciaal Bodem Depot

Opgraving:    molenaars afval (E3)

Jaar:               1984-1986

Lokatie:           Hoeksekade, Bergschenhoek

Aanwezig:       Annemarie en Antonio Minetti, Simon Voorn, Cor de Ruiter, Arie en Nel

Zwartendijk

Doos nrs         14 t/m 17 en 22 t/m 28 Provinciaal Bodem Depot

Als onderdeel van de Historische Vereniging van Bleiswijk heeft de molen E3Werkgroep Archeologie Bleiswijk een opgraving verricht ter hoogte van de molengang E in de drooggemaakte polder van Bergschenhoek en Bleiswijk. De eerste molens van deze polder waren maalvaardig in 1773 en verloren hun functie in 1915. Ter plaatse van molenviergang E molen nr 3 is de fundering tot op de fundering gesloopt en in de bomkrater die achterbleef mocht de WAB het scherfmateriaal opgraven. Er zijn in het verstoorde vlak geen noemenswaardige tekeningen gemaakt.

Het vondstmateriaal komt zeer waarschijnlijk uit de voersloot tussen molen nr 3 en nr 2 en behoorde bij de woning van molen nr3. Dit wordt aangenomen omdat hier zich de afvoersloot bevond, waar water weg stroomde. Op deze plek is het voor de handliggend om een wasplaats te hebben waar dus ook afval is weggegooid.

E3 8

 

 

 

 

 

 

 

 

E3 10 E3 11 01 E3 14
E315 E3 9 E3 13 pan
     

 

Vondsten:

Opvallend is de hoeveelheid faience borden met vluchtig geschilderde “boeren Delftse” voorstellingen, variërend van spiraalmotieven tot bloemtakken. Dit soort aardewerk is in grote hoeveelheden geproduceerd, wat ten koste ging van de kwaliteit: grove beschildering op dikwandige borden.

Ook opvallend is het aantal melkteilen van roodbakkend aardewerk. Twee exemplaren konden gerestaureerd worden. hieronder een opsomming van het minimum aantal exemplaren:

object       arch compleet MAE
roodbakkend, mangaanglazuur    
komfoor       1 2
melkkan         3
theepot         4
deksel       2 2
kan         6
kan miniatuur       1
roodbakkend, mangaanglazuur    
kan         10
roodbakkend        
roompot Haffnerware   5  
test       3 37
doofpot         3
platte pan     4 27
pan Bergen op Zoom   2 5
melkteil       1 21

Niet geteld, wel gevonden:

rookpijpen

kleine flesjes, wijnflessen, drinkglazen

steengoed mineraalwaterflessen

porselein: borden (wit) beeldjes, schotels, zalfpotten

Bergschenhoek E3 tek1

Bergschenhoek E3 tek2

Bergschenhoek E3 tek3

Bergschenhoek E3 tek4

Bergschenhoek E3 tek5

Bergschenhoek E3 tek6

Bergschenhoek E3 tek7