Beknopte geschiedenis Berkel en Rodenrijs

inpoldering

Berkel en Rodenrijs is een oud dorp met een rijke geschiedenis. Het is in de elfde eeuw ontstaan midden in het uitgestrekte en ruige veengebied, dat Holland toen was.

Het ontstaan

Vanuit Vlaardingen werd het veengebied in de elfde en twaalfde eeuw ontgonnen door slootjes te graven zodat het natte gebied kon afwateren. Op die manier kon de drassige grond worden rijp gemaakt voor landbouw en veeteelt. Zo ontstond als een van de eersten het ontginningsdorp Ouerscie ofwel Overschie.

Vanuit Overschie werkte men verder noordwaarts met arbeiders uit Overschie, geassisteerd door Friese kolonisten. Gaandeweg ontstond het gebied dat Roodenrise werd genoemd. Bij deze ontginning was de Abdij van Egmond nauw betrokken Al spoedig moet er een parochie zijn gesticht en heeft men er omstreeks het midden van de elfde eeuw een eenvoudig kerkje gebouwd. Het dorpje Berkel lag in het gebied Rodenrijs en is daarmee altijd al een geheel geweest. In 1266 bouwde ridder Alewijn van Rodenrise en Arnestus van Wulven een stenen kerk in Berkel, op de plaats van de huidige Dorpskerk.

Watermolens

In de veertiende eeuw was het ontgonnen gebied zover ontwaterd dat het veen begon in te klinken. Het was nu nodig om het water via de inmiddels hoger gelegen rivieren af te voeren. In het gebied waar nu nog molen De Valk staat, stond in 1384 al een watermolen en in 1472 stonden er zelfs al vier. Het uitwateren werd echter een probleem dat met omliggende polders tot hevige twistpunten leidde. Johan van Oldenbarnevelt loste het geschil uiteindelijk op door er in 1618 een vijfde molen te laten bouwen.

Ambachtsheren

De graaf van Holland kon het grote gebied niet alleen besturen en gaf het bestuur van dorpen in handen van rijke vrienden en machthebbers. Deze bestuurder moest hier wel voor betalen en kreeg zo’n ambacht “in leen”. De functie van ambachtsheer leverde echter genoeg geld en eer op om hierin te investeren.

Arent van Egmond kreeg het ambacht in leen  en door vererving werd uiteindelijk Lamoraal van Egmond onze ambachtsheer. Deze edelman, vriend van Willem van Oranje, werd in 1568 door de Bloedraad veroordeeld en op last van Philips II in Brussel onthoofd.

In 1600 werd Johan van Oldenbarnevelt onze ambachtsheer. Het is deze grote man eveneens slecht vergaan. Hij moest het om zijn grote kennis en invloed afleggen tegen Prins Maurits en werd in mei 1619 op het Binnenhof onthoofd. Naar zijn laatste rustplaats wordt nog steeds gezocht. Sommigen vermoeden dat hij in of nabij de Dorpskerk is begraven. In 1706 werd Johan van der Hoeven de ambachtsheer. Hij reorganiseerde het corrupte dorpsbestuur en stelde tientallen leefregels vast waaraan de bevolking zich moest houden.

De Tachtigjarige oorlog

Berkel heeft ernstig geleden gedurende de Tachtigjarige oorlog (1568-1648), vooral tijdens het ontzet van Leiden. Om de Spanjaarden dwars te zitten zijn diverse dijken doorgestoken en is het land onder water gezet. Op deze manier konden de Geuzen met hun schepen naar Leiden varen. De keerzijde hiervan was dat het omringende land niet meer gebruikt kon worden voor landbouw of veeteelt, waardoor de Berkelse bevolking nog jarenlang honger en armoede heeft geleden.

De reformatie

Ook de reformatie is aan Berkel en Rodenrijs niet zo maar voorbijgegaan. Het kerkgebouw  ging over naar de Gereformeerden en de katholieken hadden lange tijd geen rechten meer. Desondanks bleef het dorpsbestuur nog lang in katholieke handen en vindingrijkheid maakte dat deze groep in stand bleef en zelfs groeide. Rond 1640 werd een huis als schuilkerk ingericht en rond 1725 besloot men een echt kerkje te bouwen. In 1865 werd de eerste steen gelegd van het huidige RK kerkgebouw. Intussen had ook de Remonstrantse Gemeente een eigen kerk in de Kerkstraat, waar tot 1862 is gepreekt. De Dorpskerk was in 1732 zo vervallen geraakt dat niemand er meer in durfde. De kerk werd daarom afgebroken en vervangen door het thans nog bestaande gebouw. De toren en het koor bleven tijdens de sloop behouden maar het koor is in 1948 gesloopt, zodat de toren het oudste gebouw is binnen onze gemeente..

Turfsteken

In de 15de eeuw  was men begonnen men met turfsteken omdat het werd steeds moeilijker werd om het drassige land voor veeteelt en akkerbouw te gebruiken en bovendien leverde turf meer geld op voor de grondeigenaren.  De vraag naar turf als brandstof steeg niet alleen door de bevolkingsgroei maar ook door de aanwezigheid van brouwerijen in het naburige Delft en Rotterdam. Door het baggeren met een beugel kon ook dieper gelegen turf worden gestoken en veranderde het land in grote waterplassen. Dit leidde op den duur tot grote gevaren: wegen kalfden af en spoelden weg, maar ook epidemieën konden zich sneller ontwikkelen, wat in Bergschenhoek en Bleiswijk ook gebeurde. Ons dorp was een lintdorp geworden: een lint van bebouwing omgeven door water. Toen nagenoeg alle veen was afgegraven viel daarmee de bron van inkomsten weg en de bevolking verarmde.

Droogmakerij

In 1776 was de situatie onhoudbaar geworden en begon men van hogerhand met de droogmaking van de Noord-, Zuid- en Westpolder. Hiervoor zijn in de Westpolder en in de Noordpolder elk drie molens gebouwd, bij de vijf bovenmolens verrees ook een molen: de nu nog bestaande Molen de Valk Er werd nieuw land gewonnen en de voordelen daarvan werden in het midden van de negentiende eeuw zichtbaar. In die tijd zijn ook de overige polders drooggemalen. De bevolking groeide weer en de welvaart nam toe. De tuinbouw langs de Berkelse vaarten ontwikkelde zich razendsnel en werd de toekomst van Berkel en Rodenrijs. Berkelse tuinders richtte in 1904 de Berkelse Groenteveiling op, die toen nog gevestigd was in Rotterdam. Toen in 1909 de spoorbaan werd aangelegd bouwde men naast het station Rodenrijs de nieuwe locatie van de Berkelse Groenteveiling.

De Tweede Wereldoorlog

Zoals in elke gemeente was ook in Berkel en Rodenrijs het Verzet actief werkzaam.  Verscheidene wapendroppings hebben plaatsgevonden en de op die manier verkregen munitie is vanuit het Berkelse verzet gedistribueerd. De oorlog heeft helaas ook een aantal slachtoffers gekend. Zij worden eervol herdacht met een monument.

Vinex en groei

Berkel en Rodenrijs is in de voorbij eeuwen en vooral de laatste jaren sterk gegroeid.

In 1850 was het bewonertal nog 1250. In 1950 was dat al gegroeid tot 5700 en nu Berkel en Rodenrijs als Vinex-gemeente is aangewezen is het inwonertal onlangs gestegen tot 19000.

Op 1 januari 2007 houdt Berkel en Rodenrijs op als zelfstandige gemeente te bestaan. Samen met de andere huidige 3Bhoek-gemeenten Bergschenhoek en Bleiswijk vormt zij dan de nieuwe gemeente Lansingerland.